Een leerhuis?

Wat is dat?

De term leerhuis (in het Hebreeuws: Beit haMidrash) kent een lange en rijke traditie in de Joodse geschiedenis. Eeuwenlang hebben leerhuizen gediend als een plek om in groepsverband Joodse religieuze geschriften te bestuderen en te bespreken.

De oorsprong ervan kan worden teruggevoerd tot de periode na de verwoesting van de Tweede Tempel. De grondleggers waren de rabbijnen uit de late Tweede Tempelperiode, met name de Rabbijnse Huizen van Hillel en Sjamai.

Na de Haskalah (de Joodse Verlichting) in de 17e en 18e eeuw – die volgde op de emancipatie van de Joden in heel Europa, en ook veel Joden ‘hielp’ hun wortels te vergeten – besloot de Duits-Joodse filosoof Franz Rosenzweig (1886-1929) het idee een nieuwe betekenis te geven, die beter bij zijn tijd paste. In 1920 richtte hij het Freie Jüdische Lehrhaus in Frankfurt am Main op om de Joodse traditie en cultuur dichter bij Joden te brengen die via groepsonderwijs op zoek waren naar hun wortels.

Na de Eerste Wereldoorlog, en met een hoogtepunt na 1970, ontstonden overal in Europa studiehuizen naar het voorbeeld van het Lehrhaus van Rosenzweig, ook in Nederland. De laatste tijd richten leerhuizen zich echter niet alleen op Joden, maar op iedereen die geïnteresseerd is in de Joodse geschiedenis, cultuur en wijsheid.

Het Leerhuis Limburg in Meersen is in 1980 opgericht en werkt al vele jaren volgens de visie van Rosenzweig. Het is ons doel om de rijkdom van de Joodse geschiedenis, cultuur en kennis onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Dit doen we door lezingenreeksen te organiseren, scholen te bezoeken, festivalvieringen open te stellen voor het publiek en via diverse andere kanalen.