Gezamenlijke website van de Synagoge Meerssen en het Leerhuis Limburg

Herdenken in 2020 op een virtueel plein

Uitgerekend op de dag voorafgaande aan de bevrijding van ons land kunnen wij niet doen wat wij aan de doden en overlevenden van de oorlog verschuldigd zijn: hen herdenken. Alleen in woord, geschrift en video is het mogelijk uiting te geven aan het respect voor hen die vielen.

In een verhaal dat je onder normale omstandigheden houdt voor mensen van vlees en bloed probeer je -doorgaans gebrekkig- uiting te geven aan het verhaal dat je kent of een aantal van die verhalen. Je probeert daaraan betekenis te geven en de verhalen in een ruimer kader te plaatsen. Dat is natuurlijk nu ook het geval als je een tekst uitschrijft.
Alles goed en wel, maar zoiets krijgt een extra dimensie als de verhalen worden verteld in het bijzijn van je medemensen. Verhalen vertel je. Ze zijn niet bedoeld als hoge literatuur, geen uitingen van diepe gedachten geformuleerd in welgekozen en fijnbesnaarde bewoordingen. Ze zijn op ogenblikken zoals nu samengebalde emoties, vaak geuit op een ongearticuleerde manier, huilend, schreeuwend woedend. Niemand heeft er wat aan. Niemand luistert daarnaar. Dat verandert als je er vorm aangeeft, als het je de emotie in een mal giet van een ritueel, liefst met veel deelnemers. Pas dan wordt het verhaal een echt verhaal, een herinnering en bewijs van het feit dat wij onze voorvaderen niet aan de vergetelheid hebben prijs gegeven. Het is immers een plicht van onze gevallenen te herdenken.

Het herdenken is onze plicht anders geven wij de doden niet meer de eer geven die hen toekomt. Wij moeten dat wel doen, immers eert uw voorvaderen. Wanneer dat laatste niet doen verloochenen wij onze herkomst  en verliezen wij ons levensdoel uit het oog, verraden wij onszelf. Wij moeten beseffen dat niet meer herinneren leidt tot onachtzaamheid. Onze waakzaamheid voor het kwaad verslapt en wij geven het kwaad daarmee de kans weer terug te keren.

Wij herdenken nu de gevolgen van de tweede wereldoorlog, de mensen die zijn omgekomen. Het vijandbeeld is gecreëerd van de Joden, de Roma en de Sinti om maar een grond te hebben voor hun uitroeiing en de diefstal van hun bezittingen. Elk jaar weer hebben wij dat gedaan staande bij een monument, bij een begraafplaats of bij een plaquette vol met namen. We stonden daar zij aan zij, schouder aan schouder.

Nu mogen wij dat niet eens meer doen. Nu is zo’n fysieke bijeenkomst van rouw, herinnering en herdenken een samenscholing geworden. En U weet het, samenscholingen zijn verboden. Daar word je voor bestraft. Sommigen willen de huidige situatie wel eens vergelijken met de oorlog.
Dat is niet juist. De maatregelen van nu laten onze mening over die maatregelen onverlet. Het is wel zo dat we net als tijdens de oorlog voortdurend op onze hoede moeten zijn en rekening moeten houden een onbestemde dreiging.

De pandemie is geen oorlog. De oorlogstaal van staatshoofden is begrijpelijk en een verleidelijke vergelijking, maar de woordkeuze is niet juist. De vijand waar we nu mee te maken hebben discrimineert niet. In de tweede wereldoorlog  stond de discriminatie juist centraal. En ook nu bij de herdenking van de oorlog mogen we de discriminatie en de roof niet vergeten.

Het gebruik van oorlogsretoriek leidt mogelijk tot  een begripsverwarring

De pandemie is alles doordringend. Ook het ritueel waaraan wij elk jaar deelnemen is door de omstandigheden helemaal veranderd. Het is kaler geworden eenzamer ook , zeker voor hen die de oorlog bewust hebben meegemaakt, die slachtoffer zijn geweest en hebben overleefd. Wij moeten dan ook denken aan hen die eenzaam in hun huis, misschien achter de televisie of beeldscherm, denken aan toen. Daar is de stilte waarin wij nu allen leven des te beklemmender.

Maar we vergeten iets. Het gaat niet om die oorverdovende stilte, de oorlogsretoriek van nu, de angst en de eenzaamheid. Het gaat om het een ritueel waaraan wij als collectief dus niet als massa van losse individuen deelnemen. Zonder ritueel, geen verhaal. Zonder herinnering geen herdenking  met een verscherpt besef van het pure kwaad van discriminatie haat jegens de Joden, de Roma en de Sinti, is er een reële kans op de terug keer van dat kwaad. De tekenen vind je nu al, het toegenomen antisemitisme en racisme.

Laten wij hopen dat in 2021, 76 jaar de bevrijding, wij weer bijeen zullen komen en luisteren naar de last post en we het volkslied zullen zingen schouder aan schouder, zij aan zij en dat we lijfelijk de verhalen van een ieder zullen aanhoren en de gedichten van de schoolkinderen.

Meerssen, 4 mei 2020

Johan van de Walle
Voorzitter Leerhuis Limburg