Website van de Synagoge Meerssen en het Leerhuis Limburg

December 2017
Z M D W D V Z
26 27 28 29 30 1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31 1 2 3 4 5 6
Januari 2018
Z M D W D V Z
31 1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31 1 2 3

EU e-Privacy richtlijn.

Deze website maakt gebruik van cookies om authenticatie, navigatie en andere functies te beheren. Door deze website te gebruiken gaat u ermee akkoord dat we deze cookies op uw apparaat plaatsen. Cookies zijn kleine niet schadelijke tekstbestandjes die door deze site steeds gelezen worden.

Bekijk de eu-Privacy richtlijnen-documentatie.

U heeft cookies afgewezen. Deze beslissing kan worden teruggedraaid.

U heeft toegestaan dat cookies worden geplaatst op uw apparaat. Deze beslissing kan worden teruggedraaid.

De synagoge Meerssen, de geschiedenis van een gebouw

 eeuwigdurend licht

 

De oorsprong van de huidige synagoge van Meerssen ligt in de huissynagoge aan de Beekstraat, die de Meerssense Jood Levie Soesman in 1796 inrichtte in een woning die hij in 1780 had gekocht. Dat was in die tijd een gebruikelijke oplossing, wanneer een Joodse gemeente te klein was om een eigen synagoge te laten bouwen. Levie’s zoon Bernhard erfde van zijn vader het huis, maar hij wilde daar geen synagoge meer in hebben. De Joodse gemeente richtte toen in een bovenhuis in de Steegstraat hoek Gasthuisstraat een huissynagoge in. De ruimte was echter te klein en het huis bevond zich bovendien in een slechte staat. Er moest een andere oplossing komen. Men ging plannen maken voor de bouw van een nieuwe synagoge.

 

Subsidieproblemen met de gemeente

In 1847 kocht men een weide gelegen aan de Kookstraat. Het plan om daar een synagoge te bouwen ging uiteindelijk niet door en men heeft dit perceel weer verkocht. Het grote punt was de financiering van de bouw – men had subsidies nodig, want de Joodse gemeenschap bestaande uit slechts 130 zielen was eigenlijk te klein om zich een synagoge te kunnen veroorloven. De burgerlijke gemeente Meerssen had echter geen zin om geld te geven voor de bouw van een synagoge. Men zocht uitvluchten om het subsidieverzoek op de lange baan te schuiven. Ook het rijk wilde aanvankelijk niet bijdragen. Toch had het kerkbestuur (zoals de leiding van een Joodse gemeente heette sinds de regeling van koning Willem I ) sterke troeven in handen. Men wees erop dat alle godsdienstige geloofsovertuigingen voor de wet gelijk zijn en dat het – aangezien het Joodse kerkgenootschap nog nooit iets had gekregen – billijk was dat zij nu subsidie kregen. Omdat de gemeente Meerssen nog steeds weigerde over de brug te komen, bemoeiden de hogere overheden zich met deze kwestie. De gedeputeerde Staten van Limburg wilden enerzijds een subsidie van vierhonderd gulden verstrekken, maar – wat nog belangrijker was – men zette het Meersensse gemeentebestuur onder zware druk. En met succes, want in 1852 werd door de gemeente Meerssen toch een subsidie verleend.

In afwachting van de subsidie had men niet stilgezeten. De bekende architect Johannes L. Lemmens uit Beek, die al eerder een ontwerp had gemaakt, kwam met een nieuw bouwplan voor de synagoge, toen men een ander terrein had verworven, Kuileneind genaamd. De openbare aanbesteding vond plaats op 8 april 1851 en Hubert Dolders uit Meerssen was de gelukkige: met de som van f 4200,-was hij de laagste inschrijver. De Joodse gemeente van Meerssen was al sinds 1843 aan het sparen geweest om de synagoge te kunnen bouwen. Met een stuiver, een dubbeltje of een kwartje per week spaarden de Meerssense Joden jarenlang voor een eigen bedehuis. Wel met een beloning in het vooruitzicht: wie het meeste hadden bijgedragen, kregen de plaatsen vooraan in de nieuwe synagoge als hun vaste zitplaats.

 

torarol

 

Plechtige inwijding op zijn Limburgs

Eindelijk was het zover: op vrijdag 17 juli 1853 kon de nieuwe synagoge in gebruik worden genomen. Voordat dit alles gebeurde, werd in de oude huissynagoge een afscheidsrede door de opperrabbijn gehouden en Psalm 122 gezongen. Daarna vond de plechtige inwijding van de nieuwe synagoge plaats. Deze inwijding begon met een processie naar Limburgs model. Voorop werd de Nederlandse driekleur gedragen. Daarna volgden de leden van de Joodse gemeente die een bijdrage hadden gegeven. De gemeenteleden die dit niet hadden gedaan, kwamen pas daarna, samen met de Joden van buiten Meerssen. Bij een inwijding op zijn Limburgs mocht de harmonie natuurlijk niet ontbreken, evenmin als het koor. Hierachter liepen zes jongens met een vaantje in de hand en zeven meisjes met bloemkorven.

 

 

Dan kwam het hoogtepunt. Onder een baldakijn schreed de opperrabbijn samen met de uitverkorenen die de Torarollen en andere ceremoniële voorwerpen mochten dragen, op weg naar hun nieuwe behuizing: de sjoel van Meerssen. Achter het baldakijn volgden de leden van het kerkbestuur en een reeks van hoge gasten. Zestig soldaten omlijstten de plechtige processie en zorgden voor het handhaven van de orde. Onder het weerklinken van het volkslied werden de rollen de synagoge binnengedragen. Het was een mooi voorbeeld van de geslaagde maatschappelijke integratie van de Joodse gemeenschap in Nederland, zoals die in de negentiende eeuw haar beslag heeft gekregen. Ook uit de tweetalige inscriptie (Hebreeuws en Nederlands) die zich nog steeds aan de muur van de synagoge van Meerssen bevindt, blijkt deze combinatie van religiositeit, vaderlandsliefde en diepe gehechtheid aan het Koninklijke huis opnieuw zeer duidelijk.

images2

Tekst Nederlandstalige inscriptie achterwand synagoge van Meerssen

HY DIE DEN KONINGEN HULP
DEN VORSTEN BESCHERMING
VERLEEND, WIENS RYK HET
RYK ALLER EEUWIGHEID IS,
HY ZEGENE EN BESCHERME
ONZE KONINGIN
WILHELMINA <in goud>
HY ZEGENE DE KONINGIN
MOEDER EMMA. KONING ALLER
KONINGEN, UWE BESCHERMEN-
DE GEEST GELEIDE DIE VOR-
STINNEN OP AL HARE WEGEN
GELEIDE DE KONINGIN TOT
HAAR EIGEN GELUK, TOT HEIL
DES VADERLANDS EN TOT UW
WELGEVALLEN, O GOD AMEN

De tekst is twee keer aangebracht; de oudste versie is ter ere van koning Willem III, de nieuwere, beter leesbare versie ter ere van koningin Wilhelmina en regentes Emma.

Een zware last

Maar de financiële problemen waren niet opgelost, toen de synagoge in gebruik was genomen. De vaste lasten en onderhoudskosten van de synagoge waren eigenlijk te hoog voor deze kleine Joodse gemeente. Bovendien nam na 1900 het aantal gemeenteleden af door verhuizing naar grotere centra – een ontwikkeling die algemeen was in de eerste helft van de twintigste eeuw en waardoor veel kleine Joodse gemeenten in Nederland in de rode cijfers kwamen. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was de Joodse gemeenschap in Meerssen zeer geslonken, maar de synagoge was nog wel in gebruik.

300 7337 300x245

 

 

Ook in Meerssen heeft de Sjoa, de vervolging en vernietiging van de Joden in Europa tijdens het Derde Rijk – zwaar toegeslagen. Slechts een enkeling overleefde. In 1947 werd daarom besloten de Joodse gemeente Meerssen op te heffen – een eeuwfeest heeft de synagoge dus niet meer gekregen. De kerkbanken, de bima (het verhoogde gedeelte waar uit de Tora wordt gelezen), zes grote gedreven kandelaars, een zilveren siertoren en een Torarol met zilveren kroon werden naar de grotendeels door de Duitsers leeg geroofde Maastrichtse sjoel overgebracht, waar ze zich nu nog bevinden. Omdat de synagoge van Meerssen naar voorbeeld van die Maastricht was gebouwd, kon het interieur uit Meerssen gemakkelijk worden ingepast.

De synagoge van Meerssen werd verkocht en kreeg verschillende bestemmingen. Dieptepunt was de brand van 1971, waarna de synagoge in een bouwval veranderde zonder dak. Maar er kwam een tegenbeweging in deze treurige geschiedenis van dood en verval. De in

Meerssen woonachtige violist Tibor Berkovitz, zelf een overlevende van de Sjoa, nam het voortouw.

 

 

De restauratie

In 1985 werd de Stichting Restauratie Synagoge in leven geroepen onder leiding van de toenmalige burgemeester drs J.H.H. Mans. Het was niet eenvoudig om het tij te keren, maar men wilde niet dat deze synagoge het lot van andere synagogen in Limburg zou ondergaan, zoals die in Gulpen en Sittard. Er lag een schier onmogelijke taak. De synagoge moest worden aangekocht en de omvangrijke restauratie gefinancierd. Werd de bouw van de synagoge in 1851 aangenomen voor 4200 gulden, de kosten van de restauratie werden in 1985 geschat op f 1.782.025! Ruim anderhalf miljoen gulden wist de stichting in te zamelen voor het herstel. Van overal kwam hulp: rijk, provincie, gemeente Meerssen, bedrijven en vele particulieren uit binnen- en buitenland. Op 12 maart 1989 kon de vernieuwde synagoge feestelijk worden geopend door de Limburgse gouverneur dr. J. Kremers samen met hoofdrabbijn B. Jacobs. In hetzelfde jaar ging de Stichting Restauratie Synagoge over in de Stichting Synagoge Meerssen.

 

 

300 7297 184x300

 

Als laatste fase van de restauratie werden op 29 maart 1992 door drs. G.M.K. Kockelkorn de Memoriaaldeuren voor de synagoge in gebruik gesteld. Deze bronzen deuren zijn het werk van de bekende Maastrichtse kunstenaar Appie Drielsma. Op de deuren staan de namen en de geboorte- en sterfdata van de Joden vermeld, die in Meerssen hebben gewoond. De monumentale letters herinneren aan het verleden en aan de verschrikkelijke gebeurtenissen die ook de Joodse gemeenschap in Meerssen hebben getroffen. De burgemeester van Meerssen drs. C.J.J.S. Majoor verwoordde de tegenstrijdige gevoelens die de succesvolle restauratie van deze synagoge met zich meebrengt, op treffende wijze: “Met het aanbrengen van de Memoriaaldeuren is hieraan een onontbeerlijke afronding gegeven. Naast alle gevoelens van bitterheid en verdriet die worden opgeroepen door het verhaal op deze deuren, stemt dit ook tot voldoening, troost en erkentelijkheid.”

 

300 7294 300x173 Deur boven

 

 

300 7293 300x173

Deur midden

 

 

300 7292 300x173

Deur onder